24 mei 2021

Pinksteren: een verhaal van herkenning

Als je lang in het buitenland leeft, en weinig mogelijkheden hebt om Nederlands te spreken, is het iets bijzonders om plotseling iemand tegen te komen die ook Nederlands spreekt. Dat gebeurde mij in de speelgoedwinkel in de Wilmersdorferstrasse. Een kleine jongen was daar iets gaan kopen met zijn oma. Zij sprak Nederlands en haar kleinzoon Duits. Er onstond een leuk gesprekje met de oma over de talen die haar kinderen en kleinkinderen spraken. Zomaar even contact met een onbekende. Een stukje herkenning, waarbij de taal het bindmiddel was, ook al kenden we elkaar niet.

Taal is belangrijk. Om de een of andere reden zegt het me meer om “Grote God wij loven u” in het Nederlands te zingen, ook al ken ik de Duitse tekst en weet ik dat deze oorspronkelijk Duits is. Met de Nederlandse versie ben ik opgegroeid, en daarom raakt die mij meer dan andere versies van hezelfde lied. Ik voel me geborgen in mijn taal, ook al spreek ik ook andere talen. Via de taal komen ook dierbare herinneringen boven, bijvoorbeeld aan andere momenten waarop we dit lied gezongen hebben.

Het gevoel van herkenning dat hoort bij het gebruik van de moedertaal komt ook voor in het Pinksterverhaal. Het zeer diverse publiek bij deze gebeurtenis heeft het gevoel dat ze alles in hun eigen taal horen. De eigen taal: dat is de taal waarin zijn geboren zijn, staat in de tekst. Ze herkennen iets wezenlijks, dat diepe wortels heeft. Het is onbegrijpelijk – ongrijpbaar en verwarrend – maar toch heel vertrouwd. Iets soortgelijks kunnen we ook nu nog meemaken, als we Pinksteren een plaatsje geven in ons dagelijks leven. Bijvoorbeeld op een gewone doordeweekse dag in de Wilmersdorferstrasse. Een fijn Pinksteren toegewenst!

Jeanine Daller